Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Formuleer uw vraag


Abonnees hebben toegang tot alle teksten in Polinfo.be, zoals het volledige nieuwsarchief, gecoördineerde wetgeving, commentaarteksten en rechtspraak. Wenst u abonnee te worden? Neem dan contact op met onze klantendienst.

Misbruik politie-uniform strenger bestraft

Nieuws - 03/01/2014
-
Auteur 
Laure Lemmens


De strijd tegen het fenomeen van de ‘nepagenten’ wordt opgevoerd. Het onrechtmatig dragen van een officieel politie-uniform is voortaan ook verboden op privédomeinen. Overtreders riskeren een geldboete tot 1.000 euro. Dat geldt ook voor wie valselijk een namaakuniform draagt. Daarnaast komen er zware straffen op het verhandelen van uniformen zonder toestemming van de politie. Hier kijkt men aan tegen een mogelijke gevangenisstraf van een jaar en een geldboete van 50.000 euro. 

Misdrijven waarbij iemand zich valselijk voordoet als politiebeambte, zijn in opmars. Hoewel het Strafwetboek nu al geldboetes van 200 tot 1.000 euro voorziet voor het onrechtmatig dragen van uniformen en eretekens in het openbaar, gelden die niet voor het onrechtmatig dragen van namaakuniformen. Ook misbruik van het politie-uniform op privédomeinen valt buiten het toepassingsgebied van de wet. De regering wil hier nu een mouw aan passen en creëert via de wet diverse bepalingen Binnenlandse Zaken van 21 december 2013 een juridisch vangnet om ook deze handelingen te kunnen bestraffen.

Algemeen verbod

Er komt in de eerste plaats een algemeen verbod op het dragen van een officieel politie-uniform door een niet-gerechtigd persoon. Het gaat hierbij niet alleen om de basisuitrusting, maar ook andere kledingstukken en uitrustingsstukken die het politielogo, een specifieke politiemarkering en/of de vermelding ‘politie’, ‘police’ of ‘polizei’ dragen (bv. de kogelwerende vest met vermelding ‘politie’). Het verbod is ook van toepassing op namaakuniformen. Op inbreuken staat een geldboete van 200 tot 1.000 euro.

Wat het dragen van een namaakuniform betreft, gelden wel een reeks beperkingen. Dit is pas strafbaar wanneer voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden:

  • het is voor elke redelijke persoon aannemelijk dat het zou gaan om het originele politie-uniform of een onderdeel ervan;
  • het kledingsstuk of het voorwerp moet het politielogo (in welke kleur, grootte of vorm dan ook), de striping en/of de vermelding van politie in één van onze landstalen bevatten. Op die manier blijft het dragen van een namaakuniform zonder kwaadwillig of bedrieglijk opzet zoals tijdens bv. een carnavalsstoet of een toneelvoorstelling buiten schot.
Handel in uniformen aan banden

De federale regering wil ook de handel in uniformen beter reglementeren. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een politie-uniform of een onderdeel ervan koopt of verkoopt (al dan niet op afstand), in koop aan biedt, huurt of verhuurt, in huur aanbiedt, in pand geeft of krijgt, in bewaring geeft of krijgt, leent of ontleent, vervaardigt of invoert, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar en een geldboete van 50 tot 50.000 euro (of met één van deze straffen).

Op deze algemene regel gelden wel tal van uitzonderingen. Zo mogen bijvoorbeeld de leden van het operationeel kader van de politie, van de Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie en het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten (de onderdelen van) het politie-uniform die ze hebben aangekocht of die hen door de lokale of federale politie ter beschikking worden gesteld, wel in bewaring nemen. Of is de productie van het politie-uniform (ook in onderaanneming) toegelaten door diegene die daarvoor de overheidsopdracht kreeg.

Zwaardere straffen bij herhaling

Bij recidive binnen de 5 jaar stijgen de minimumstraffen. Er geldt dan een gevangenisstraf van minstens 6 maanden en/of een geldboete van minstens 150 euro.

Vanaf 10 januari 2014

Dit onderdeel van de Verzamelwet Binnenlandse Zaken treedt in werking op 10 januari 2014, dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:
Wet van 21 december 2013 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken (art. 2 – 10), BS 31 december 2013.