Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Formuleer uw vraag


Abonnees hebben toegang tot alle teksten in Polinfo.be, zoals het volledige nieuwsarchief, gecoördineerde wetgeving, commentaarteksten en rechtspraak. Wenst u abonnee te worden? Neem dan contact op met onze klantendienst.

Wetgever sleutelt aan politiebevoegdheden in Wet op het Politieambt

Nieuws - 03/05/2016
-
Auteur 
Laure Lemmens


De wetgever sleutelt aan de bevoegdheden van de politiediensten in de Wet op het Politieambt. In de eerste plaats om meer duidelijkheid te creëren. De formulering van heel wat taken bleek op het terrein immers voor verwarring te zorgen. Onder meer met betrekking tot het uiteendrijven van samenscholingen en het fouilleren van personen, gebouwen en transportmiddelen. Tegelijk introduceert hij een aantal nieuwigheden. Zo mogen de politiediensten de identiteit controleren van personen die feiten hebben gepleegd strafbaar met een administratieve of strafrechtelijke sanctie en gelden er binnenkort nieuwe richtlijnen voor bestuurlijke inbeslagneming van voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor de lichamelijke integriteit van personen of de veiligheid van goederen.
Samenscholingen
De federale en lokale politiediensten mogen zelf, op basis van vaststellingen op het terrein, beslissen om samenscholingen uiteen te drijven. Ze hebben geen voorafgaandelijk en uitdrukkelijk bevel nodig van de bestuurlijke politieoverheid. Het gaat om gewapende samenscholingen, samenscholingen die gepaard gaan met misdaden en wanbedrijven tegen personen en goederen, samenscholingen waarvan blijkt dat ze gevormd zijn of zich vormen met het oog op verwoesting, moord of plundering, of om een aanslag te plegen op de lichamelijke integriteit of het leven van personen en samenscholingen die de uitvoering van de wet, van een politieverordening, van een politiemaatregel, van een gerechtelijke beslissing of van een dwangbevel hinderen.
De wetgever verduidelijkt dat de politiediensten zelf het initiatief mogen nemen. Hoewel dit al langer kan, bleek de taakbeschrijving in de Wet op het Politieambt onvoldoende duidelijk. Er werd alleen verwezen naar een autonome politietussenkomst door de bepalingen over de informatieverplichting ten aanzien van de territoriaal bevoegde burgemeester wanneer de ambtshalve uiteendrijving wordt uitgevoerd door de federale politie.
Hoewel de Wet op het Politieambt nu uitdrukkelijk stelt zowel de lokale als de federale politiediensten ambtshalve mogen beslissen om samenscholingen uiteen te drijven, blijft de noodzaak om de burgemeester in te lichten wel bestaan.
Deze wijziging treedt in werking op 9 mei 2016.
Fouilles
De agenten van politie mogen zelf personen fouilleren en gebouwen of transportmiddelen doorzoeken in het kader van de bijstand aan de politieambtenaren. De huidige tekst doet vermoeden dat de agenten louter bijstand mogen verlenen aan politieambtenaren die de fouille of doorzoeking uitvoeren, zonder materieel te kunnen overgaan tot fouillering of doorzoeking, wat niet de oorspronkelijke bedoeling was van de wetgever. De bepaling wordt dus aangepast om twijfel weg te nemen.
De agenten verlenen bijstand aan de ter plaatse aanwezige politieambtenaren en treden op op bevel en onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke of gerechtelijke politie.
Deze wijziging treedt in werking op 9 mei 2016.
Identiteitscontrole
Politieambtenaren mogen de identiteit controleren van een persoon die een feit heeft gepleegd dat strafbaar is met een administratieve of strafrechtelijke sanctie. De huidige omschrijving in de Wet op het Politieambt laat niet toe om systematisch een controle uitte voeren aangezien het gebruikte begrip ‘misdrijf’ alleen op een strafrechtelijk feit betrekking heeft. Bovendien vormen niet alle gedragen die strafbaar zijn met een administratieve sanctie een verstoring van de openbare orde.
Deze wijziging treedt in werking op 9 mei 2016.
Bestuurlijke inbeslagneming
In principe is bestuurlijke inbeslagneming alleen mogelijk wanneer de openbare rust dat vereist. Maar wanneer voorwerpen of dieren een gevaar opleveren voor het leven of de lichamelijke integriteit van personen of de veiligheid van goederen, staan de handhaving van de openbare veiligheid en de bescherming van personen op het spel. De wetgeving wordt daarom in die zin aangepast.
De politieambtenaren mogen, in de plaatsen waartoe ze wettelijk toegang hebben, de voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de lichamelijke integriteit van personen of de veiligheid van goederen aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de houder onttrekken zoals dat nodig is voor de openbare veiligheid of openbare rust. Deze bestuurlijke inbeslagneming vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie.
De voorwerpen die in beslag zijn genomen worden gedurende maximaal 6 maanden ter beschikking gehouden van de houder, bezitter of eigenaar tenzij het om dwingende redenen van openbare veiligheid gerechtvaardigd is om ze onmiddellijk te vernietiging.
Het bewaren, teruggeven of vernietigen van de in beslag genomen voorwerpen vereist nog een aantal uitvoeringsbepalingen. De datum van inwerkingtreding van de betrokken bepalingen zal dan ook later bij KB worden vastgelegd.

Bron:  Wet van 21 april 2016 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken. – Geïntegreerde politie, BS 29 april 2016. (art. 6, 7, 8, 10 en 15 Verzamelwet Geïntegreerde politie)