Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in


Verkeersvademecum 2024 (NIEUW)



In editie 2024 van het Verkeersvademecum werden alle wetswijzigingen verwerkt tot en met 1 december 2023. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop, waar u ook een overzicht vindt van de verwerkte wetswijzigingen.

Interventiezakboekje 2024 (NIEUW)



Het Interventiezakboekje 2024 bestaat uit 73 alfabetisch geordende fiches. Zij geven uitleg over de wettelijke en bestuurlijke aspecten van verschillende soorten interventies. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.
 

Zakboekje strafrecht 2022



Het Zakboekje Strafrecht is een onmisbaar werkinstrument voor iedereen die beroepshalve met het strafrecht omgaat. Voor politieambtenaren onmisbaar om betrouwbare pv’s op te stellen. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Wetboek wegverkeer en wegvervoer



Het Wetboek wegverkeer en wegvervoer bevat alle belangrijke verkeersgerelateerde wetteksten die van toepassing zijn in Vlaanderen. Daardoor is het boek een onmisbaar werkinstrument voor de dagelijkse politiepraktijk en tijdens de politionele opleidingen. U kunt het wetboek meteen bestellen via onze webshop.

Strafrecht komt milieu te hulp

Nieuws - 07/05/2024
-
Auteur 
Droits Quotidiens Legal Design


Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht stelt minimumvoorschriften vast inzake strafrechtelijke delicten en sancties met het oog op de bescherming van het milieu. De Richtlijn bevat maatregelen om milieucriminaliteit te voorkomen en te bestrijden en om de milieuwetgeving van de EU te doen toepassen.
Strafrechtelijke delicten
De lidstaten moeten erop toezien dat bepaalde gedragingen als een strafrechtelijk delict worden beschouwd als ze wederrechtelijk en opzettelijk zijn. Deze gedragingen zijn onder meer:
het lozen, uitstoten of introduceren van een hoeveelheid materialen of stoffen, energie of ioniserende straling in lucht, bodem of water, die de dood van of ernstig letsel aan personen of aanzienlijke schade aan de lucht-, water- of bodemkwaliteit of aan ecosystemen, dieren of planten veroorzaken of kunnen veroorzaken.
Het in de handel brengen van een product waarvan het gebruik door meerdere gebruikers, ongeacht hun aantal, het lozen, uitstoten of introduceren van een hoeveelheid materialen of stoffen, energie of ioniserende
straling in lucht, bodem of water, die de dood van of ernstig letsel aan personen of aanzienlijke schade aan de lucht-, water- of bodemkwaliteit of aan ecosystemen, dieren of planten veroorzaakt of kan veroorzaken.
de vervaardiging, het gebruik, de opslag, de invoer/uitvoer van kwik, kwikverbindingen, mengsels van kwik en kwikhoudende producten die de dood van of ernstig letsel aan personen, dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water of aan een ecosysteem, dieren of planten veroorzaken dan wel dreigen te veroorzaken;
het inzamelen, vervoeren of verwerken van afvalstoffen, het bedrijfstoezicht op die procedures en de nazorg voor verwijderingslocaties, indien dergelijke gedragingen:
-
betrekking hebben op gevaarlijke afvalstoffen en wanneer het een niet-verwaarloosbare hoeveelheid van dergelijk afval betreft, of
-
betrekking hebben op afvalstoffen die de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water of aan een ecosysteem, dieren of planten dreigen te veroorzaken;
elke gedraging die schade toebrengt aan een beschermde habitat, of die in een beschermingszone diersoorten verstoort, indien die schade of verstoring aanzienlijk is;
De volledige lijst van deze misdrijven is opgenomen in artikel 3. Merk op dat de lidstaten aanvullende strafrechtelijke delicten kunnen bepalen ter bescherming van het milieu.
Om te beoordelen of de schade aanzienlijk is zorgen de lidstaten ervoor dat rekening wordt gehouden met een of meer van de volgende elementen:
de referentietoestand van het aangetaste milieu;
de vraag of de schade van lange, middellange of korte duur is;
de ernst van de schade;
de omkeerbaarheid van de schade.
Bij de beoordeling of een gedraging schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken aan de kwaliteit van lucht of bodem, aan de kwaliteit of de toestand van water, of aan een ecosysteem, dieren of planten, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met ten minste één van de volgende elementen:
de gedragingen hebben betrekking op een vergunningplichtige activiteit die als risicovol/gevaarlijk wordt beschouwd voor het milieu/de menselijke gezondheid en waarvoor geen machtiging is afgegeven of niet is nageleefd;
de mate waarin een wettelijke drempel, waarde of andere voorgeschreven parameter die is opgenomen in het nationale of Europese recht of in een voor de relevante activiteit afgegeven machtiging, is overschreden;
de vraag of het materiaal/de stof als gevaarlijk of als schadelijk voor het milieu/de menselijke gezondheid is aangemerkt.
Om te beoordelen of de hoeveelheid al dan niet verwaarloosbaar is, zorgen de lidstaten ervoor dat rekening wordt gehouden met een of meer van de volgende elementen:
het aantal betreffende eenheden;
de mate waarin een wettelijke drempel, waarde of andere voorgeschreven parameter die is opgenomen in het nationale of Europese recht, is overschreden;
de staat van instandhouding van de desbetreffende dier-/plantensoorten;
de kosten van het herstel van het milieu, waar het haalbaar is om deze te beoordelen.
Uitlokking, medeplichtigheid en poging
Artikel 4 vermeldt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat het uitlokken van en medeplichtig zijn aan het plegen van een strafrechtelijk delict en het feit een poging te ondernemen om een strafrechtelijk delict te plegen, als strafrechtelijke delicten strafbaar worden gesteld.
Sancties tegen natuurlijke personen
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bovengenoemde strafrechtelijke delicten, en vermeld in artikel 3, strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties.
In artikel 5 wordt voorzien in maximumgevangenisstraffen afhankelijk van het type van strafbaar feit. Het is mogelijk dat een natuurlijke persoon die een bovengenoemd strafrechtelijk delict heeft gepleegd, ook kan worden onderworpen aan bijkomende strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke maatregelen.
Deze bijkomende maatregelen kunnen het volgende inhouden:
de verplichting om het milieu te herstellen;
de verplichting om een vergoeding van milieuschade te betalen;
de betaling van geldboetes;
uitsluiting van toegang tot overheidsfinanciering;
verbod om bepaalde leidende posities te bekleden;
intrekking van vergunningen/machtigingen voor de uitoefening van activiteiten die hebben geleid tot het desbetreffende strafrechtelijk delict;
een verbod op kandidaatstelling voor openbare ambten;
bekendmaking van de rechterlijke beslissing die betrekking heeft op het gepleegde strafrechtelijk delict.
Aansprakelijkheid en sancties voor rechtspersonen
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor strafrechtelijke delicten indien die tot voordeel van die rechtspersonen zijn gepleegd door een persoon die in die rechtspersoon een leidende positie bekleedt. De persoon dient daarbij individueel of als lid van een orgaan van de betrokken rechtspersoon te handelen, op grond van:
de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of
de bevoegdheid om bij de rechtspersoon toezicht uit te oefenen.
Merk op dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon geen strafvervolging uitsluit van natuurlijke personen die een strafrechtelijk delict plegen, uitlokken of daaraan medeplichtig zijn.
Artikel 7 voorziet in strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties of maatregelen voor rechtspersonen die strafrechtelijke delicten hebben gepleegd.
Deze maatregelen kunnen het volgende inhouden:
de verplichting om het milieu te herstellen, indien de schade omkeerbaar is;
de verplichting om een vergoeding van milieuschade te betalen;
uitsluiting van door de overheid verleende voordelen of steun;
de uitsluiting van toegang tot overheidsfinanciering;
een verbod op het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten;
intrekking van vergunningen en machtigingen voor de uitoefening van activiteiten die hebben geleid tot het strafrechtelijk delict;
plaatsing onder rechterlijk toezicht;
gerechtelijke ontbinding;
sluiting van inrichtingen die zijn gebruikt voor het plegen van het delict;
een verplichting om de naleving van milieunormen op basis van zorgvuldig onderzoek te verbeteren;
bekendmaking van de rechterlijke beslissing die betrekking heeft op het gepleegde strafrechtelijk delict.
Verzwarende en verzachtende omstandigheden
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in verband met de in de artikelen 3 en 4 bedoelde strafrechtelijke delicten een of meer van de volgende omstandigheden, overeenkomstig het nationale recht, als verzwarend kunnen worden beschouwd. De volgende omstandigheden kunnen als verzwarend worden beschouwd:
het delict heeft vernietiging of onomkeerbare/langdurige aanzienlijke schade aan een ecosysteem tot gevolg gehad;
het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie;
bij het delict werden valse of vervalste documenten gebruikt;
het delict werd door een overheidsfunctionaris gepleegd bij de uitvoering van zijn of haar taken;
de dader is al eerder definitief veroordeeld voor delicten van dezelfde aard.
Sommige omstandigheden kunnen overeenkomstig het nationale recht als verzachtend worden beschouwd:
de dader herstelt de natuur in de oorspronkelijke toestand of onderneemt stappen om de impact en omvang van de schade tot een minimum te beperken of de schade te verhelpen;
de dader verstrekt de autoriteiten informatie die zij niet anderszins hadden kunnen verkrijgen, en met behulp waarvan zij andere daders kunnen identificeren of voor het gerecht brengen, of bewijsmateriaal kunnen opsporen.
Verjaringstermijnen
De lidstaten moeten voorzien in een zodanige verjaringstermijn dat strafrechtelijke delicten voldoende lange tijd nadat zij zijn gepleegd, nog het voorwerp kunnen zijn van onderzoek, vervolging, een proces en een rechterlijke beslissing, zodat die strafrechtelijke delicten effectief kunnen worden aangepakt. De verjaringstermijnen zijn als volgt:
ten minste tien jaar na het plegen van een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste tien jaar kan worden opgelegd;
ten minste vijf jaar na het plegen van een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste vijf jaar kan worden opgelegd;
ten minste drie jaar na het plegen van een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste drie jaar kan worden opgelegd.
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te voorzien in een zodanige verjaringstermijn dat de handhaving van sancties die werden opgelegd na een onherroepelijke veroordeling voor de strafrechtelijke delicten, nog een voldoende lange tijd na die veroordeling mogelijk is.
De verjaringstermijnen zijn als volgt:
ten minste 10 jaar na de datum van de onherroepelijke veroordeling in de volgende gevallen:
-
een gevangenisstraf van meer dan 5 jaar;
-
een gevangenisstraf voor een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste 10 jaar kan worden opgelegd;
ten minste 5 jaar na de datum van de onherroepelijke veroordeling in de volgende gevallen:
-
een gevangenisstraf van meer dan 1 jaar;
-
een gevangenisstraf voor een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste 5 jaar kan worden opgelegd; en
ten minste 3 jaar na de datum van de onherroepelijke veroordeling in de volgende gevallen:
-
een gevangenisstraf tot 1 jaar;
-
een gevangenisstraf voor een strafrechtelijk delict waarvoor een maximumgevangenisstraf van ten minste 3 jaar kan worden opgelegd.
Rechtsmacht
Elke lidstaat moet de nodige maatregelen nemen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de strafrechtelijke delicten, indien:
het delict op zijn grondgebied werd gepleegd;
het delict werd gepleegd aan boord van een vaartuig/vliegtuig dat in de lidstaat in kwestie is geregistreerd of er de vlag van voert;
de schade zich op zijn grondgebied heeft voorgedaan;
de dader onderdaan van die lidstaat is.
Vervanging van richtlijnen
De richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG worden, wat de door deze richtlijn gebonden lidstaten betreft, vervangen, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de termijn voor omzetting van deze richtlijn in nationaal recht. Verwijzingen naar de richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG gelden voor de door deze richtlijn gebonden lidstaten als verwijzingen naar deze richtlijn. De lidstaten die niet door deze richtlijn gebonden zijn, blijven gebonden door richtlijnen 2008/99/EG of 2009/123/EG.
Omzetting en inwerkingtreding
De lidstaten moeten de nodige wettelijke, reglementaire en administratieve bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 21 mei 2026 aan de richtlijn te voldoen. Zij moeten de Commissie op de hoogte stellen.
De richtlijn treedt in werking op 20 mei 2024.

Bron:  11 april 2024 – Richtlijn (EU) 2024/1203 van het europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG,PB L, 30 april 2024.