Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u volledige toegang tot wetgeving, rechtspraak, praktische commentaarteksten en nieuwsberichten op maat van politiediensten?


Verkeersvademecum 2022 (NIEUW)



In editie 2022 van het Verkeersvademecum werden alle wetswijzigingen verwerkt tot en met 1 december 2021. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop, waar u ook een overzicht vindt van de verwerkte wetswijzigingen.

Interventiezakboekje 2022 (NIEUW)



Het Interventiezakboekje 2022 bestaat uit 72 alfabetisch geordende fiches. Zij geven uitleg over de wettelijke en bestuurlijke aspecten van verschillende soorten interventies. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.
 

Zakboekje strafprocesrecht 2021 (NIEUW)



Het Zakboekje Strafprocesrecht is een onmisbaar werkinstrument dat het mogelijk maakt om de soms complexe regels van het strafprocesrecht correct en efficiënt te gebruiken in de praktijk. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Wetboek wegverkeer en wegvervoer



Het Wetboek wegverkeer en wegvervoer bevat alle belangrijke verkeersgerelateerde wetteksten die van toepassing zijn in Vlaanderen. Daardoor is het boek een onmisbaar werkinstrument voor de dagelijkse politiepraktijk en tijdens de politionele opleidingen. U kunt het wetboek meteen bestellen via onze webshop.

Tot 20% korting op onze politiepublicaties

Wolters Kluwer heeft een uitgebreid gamma aan zakboekjes over politiethema's: o.a. verkeer, interventie, politiestatuut, strafrecht en milieuhandhaving. Bekijk het volledige aanbod in onze webshop en krijg tot 20% korting bij de aankoop van meerdere exemplaren voor uw korps of dienst.

Verzamelwet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken gepubliceerd

Nieuws - 03/12/2021
-
Auteur 
Droits Quotidiens Legal Design


De Belgische wetgever komt met een omvangrijke verzamelwet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken. Goed voor 143 artikels die wijzigingen aanbrengen in 25 wetten en wetboeken m.b.t. justitie.
Het gaat onder meer om wijzigingen aan:
het Wetboek van Strafvordering
De aanpassingen zijn divers. Zo wordt voorzien in een uitbreiding van de toegang van de procureur des Konings tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België (‘het CAP’). Momenteel is een bevraging van het CAP door de procureur des Konings alleen mogelijk wanneer de informatie betrekking heeft op terrorisme, witwassen en bepaalde gevallen van fiscale fraude. Deze beperkingen worden opgeheven waardoor de procureur des Konings meer mogelijkheden ten aanzien van andere misdrijven. Dezelfde trouwens als een onderzoeksrechter.
Daarnaast worden ook de onderzoeksbevoegdheden van de SUO-magistraat uitgebreid in het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek. Zo krijgt de SUO-magistraat (of de gevorderde politiedienst) bijvoorbeeld op autonome wijze (d.w.z. zonder tussenkomst van het COIV of de ontvangers van de FOD Financiën) toegang tot het CAP.
het Strafwetboek
Het gaat alleen om wijzigingen om de terminologie in overeenstemming te brengen met het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
de Uitleveringswet van 15 maart 1874
De Uitleveringswet wordt aangepast in navolging van de Overeenkomst tussen de EU, Ijsland en Noorwegen over de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van EU en Ijsland en Noorwegen van 28 juni 2006. Die is op 1 november 2019 in werking getreden en moet de overlevering van verdachten en veroordeelden in het kader van de strafprocedure vergemakkelijken. De bestaande versie van de Uitleveringswet van 1874, die van toepassing is binnen de betrekkingen met een derde land buiten de Europese Unie, was niet verenigbaar met een overleveringsprocedure zoals bedoeld in de overeenkomst
de drugswet (‘de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’)
De wetgever voert een nieuwe autonome straf in: het tijdelijke verbod om zich in één of meerdere Belgische havens te begeven voor personen die veroordeeld zijn voor een drugmisdrijf (zoals opgesomd in de wet van 24 februari 1991). De rechter bepaalt autonoom de termijn van het tijdelijk verbod, die niet langer dan twintig jaar mag zijn, en dient de termijn uitdrukkelijk te motiveren.
Het havenverbod omvat zowel een plaats- als een beroepsverbod gezien het kan worden opgelegd als autonome straf voor eenieder die in de haven komt of werkt. Maar alleen in het kader van bewezen druggerelateerde feiten. Het havenverbod zal niet opgelegd kunnen worden wanneer de rechtbank de feiten herkwalificeert tot bijvoorbeeld bendevorming of diefstal.
het Gerechtelijk Wetboek
De doeleinden van het Centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders (CREA) worden uitgebreid. Voortaan vermeldt het Gerechtelijk Wetboek uitdrukkelijk dat het CREA doelt op: het vergemakkelijken van het vervullen van de wettelijke verplichtingen en van de opdrachten van gerechtsdeurwaarders; de controle van hun activiteiten en het verbeteren van hun dienstverlening en het verzamelen en verwerken van statistische gegevens.
Verder wordt gesleuteld aan de kandidaatstellings- en benoemingsprocedure voor een vacante functie van gerechtsdeurwaarder. In het kader van de benoemingsprocedure van de gerechtsdeurwaarders wordt uitdrukkelijk vermeld dat het onderzoek van de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de kandidaturen tot de bevoegdheid behoort van de minister van Justitie, op het ogenblik van de indiening ervan, en niet van de benoemingscommissies van de gerechtsdeurwaarders, die echter bevoegd om de nominatievoorwaarde te controleren.
De wetgever wil ook misbruik van de wrakingsprocedure aanpakken. De mogelijkheid om een boete op te leggen wegens een kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond verzoek tot wraking van een rechter, wordt daarom ingeschreven in het Gerechtelijk Wetboek.
Tot slot krijgt de vrederechter toegang tot het CAP. Op basis van de inlichtingen die het centraal register van de bescherming van de personen reeds bevat en de inlichtingen die beschikbaar zijn via het CAP, zal de vrederechter een effectief en volledig beeld kunnen hebben van het vermogen van de beschermde of te beschermen persoon en fraude bij het beheer van dat vermogen sneller kunnen opsporen.
de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
De wetgever wil met een aantal wijzigingen de beroepsprocedure bij het bevel tot betalen stroomlijnen. Nu het bevel tot betalen steeds meer wordt gebruikt, en er dus ook meer en meer beroep tegen wordt aangetekend, bleek in de praktijk dat sommige bepalingen in de wet niet zo duidelijk waren, wat leidt tot controverse in de rechtspraak en tot rechtsonzekerheid. Zo is voortaan bijvoorbeeld uitdrukkelijk bepaald dat de betaling van het bevel tot betalen tot gevolg heeft dat de strafvordering vervalt. Daarnaast is verduidelijkt dat het verzoekschrift minimaal moet gemotiveerd zijn, omdat er nu vrij veel verzoekschriften geen enkele reden voor het beroep geven. Er wordt ook verduidelijkt welke gegevens zeker moeten worden vermeld.
de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
De effectieve leden van de bestuurlijke commissie belast met het toezicht op specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ontvangen een premie wanneer zij wachtdiensten presteren. De wetgever voorziet nu in een wettelijke basis voor de toekenning van de premie aan de plaatsvervangende leden die dergelijke wachtprestaties leveren. Dat was tot nog toe niet voorzien.
de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
De salarisaanvulling van de voorzitter van de Kanspelcommissie wordt voortaan geïndexeerd. Daarnaast wil de wetgever de exploitatie van weddenschappen door valse dagbladhandels en nachtwinkels onmogelijk maken.
de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen
Het betreft hier een hele reeks taalkundige verbeteringen en aanpassingen voor een betere interne samenhang van de wettekst. Maar er zijn ook inhoudelijke wijzigingen vooral met het oog op procedurele efficiëntie.
de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden
De wetgever creëert een wettelijke basis voor het in bewaring nemen van het identiteitsdocument van een gevangenisbezoeker. Die ontbreekt momenteel. Zo bepaalt het KB van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten aan wie de identiteitskaart getoond moet worden, met name aan de politie en in het algemeen, telkens als de houder het bewijs van zijn identiteit dient te leveren (zoals verplicht wordt aan het onthaal van de gevangenis). Deze bepalingen laten echter niet als zodanig toe dat de identiteitskaart langer wordt bijgehouden dan nodig om kennis te nemen van de identiteit.
de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
Naast een reeks aanpassingen aan wettelijke verwijzingen, zijn er enkele kleinere inhoudelijke wijzigingen. Vooral verduidelijkingen. Zo is uitdrukkelijk bepaald dat in geval van een beslissing tot plaatsing in een transitiehuis waaraan slachtoffergerichte voorwaarden zijn verbonden, deze voorwaarden ook aan het slachtoffer moeten worden meegedeeld.
de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
De wetgever voert een verbod in om wapens die in België voorhanden worden gehouden in strijd met de Wapenwet, legaal te verwerven of voorhanden te hebben.
de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie
Tal van aanpassingen om de wet in overeenstemming te brengen met Verordening (EU) 2018/1805 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen.
de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering
De Verzamelwet zorgt ervoor dat de beslissing van de onderzoeks-of vonnisgerechten over de beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde te laten doorlopen tot de definitieve beslissing van de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij. Nu is dat uiterlijk tot aan de eerste zitting.
de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring
De internationale opdrachten van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) worden gewijzigd naar aanleiding van supranationale ontwikkelingen.
de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel
De wet laat voortaan toe dat het inrichtingshoofd om de uitoefening van bepaalde taken, in geval van staking aan een andere persoon – in elk geval een ander lid van de directie – te delegeren. Daarnaast krijgt de directeur-generaal van het DG EPI de mogelijkheid om de bevoegdheid om te beslissen over een toegangsverbod t.a.v. een personeelslid waarvan hij meent dat diens aanwezigheid in de gevangenis de orde of de veiligheid in het gedrang brengt, aan een andere persoon over te dragen.
de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten tot aanpassing van de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder
Het betreft louter een technische wijziging.
het oud Burgerlijk Wetboek
De wetgever zorgt ervoor dat de gevolgen van de rechterlijke beschermingsregeling voortduren na de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde. Nu worden ze van rechtswege beëindigd naar aanleiding daarvan. De huidige beëindiging van rechtswege van het de rechterlijke beschermingsregel na de invrijheidsstelling van de geïnterneerde heeft als gevolg dat de in vrijheid gestelde persoon systematisch zonder bescherming wordt gelaten, minstens gedurende een bepaalde tijd. Om opnieuw diens bescherming te verzekeren moet immers een nieuwe gerechtelijke procedure worden ingeleid door de te beschermen persoon, elke belanghebbende of de procureur des Konings.
In werking: 10 december 2021 (mits uitzonderingen)

Bron:  28 NOVEMBER 2021. - Wet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken,BS 30 november 2021, bl. 115153.