Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u volledige toegang tot wetgeving, rechtspraak, praktische commentaarteksten en nieuwsberichten op maat van politiediensten?



Tot 20% korting op onze politiepublicaties

Wolters Kluwer heeft een uitgebreid gamma aan zakboekjes over politiethema's: o.a. verkeer, interventie, politiestatuut, strafrecht en milieuhandhaving. Bekijk nu het volledige aanbod in onze webshop en krijg tot 20% korting bij de aankoop van meerdere exemplaren voor uw korps of dienst.

Verkeersvademecum 2019 (NIEUW)



Het Verkeersvademecum is een zakboekje op maat van elke politiebeambte die verkeersovertredingen verbaliseert. In editie 2019 zijn alle wetswijzigingen verwerkt tot en met 1 december 2018. Er zijn o.a. wijzigingen inzake vervoer van goederen (massa), lading en ladingzekering, inning en consignatie (ladingzekering, technische eisen), rijbewijs (opleiding), OI graden, alcohol en drugs in het verkeer, kentekenplaten, schoolstraat. U kunt het boek meteen bestellen via de webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje politiestatuut 2019 (NIEUW)



Met het Zakboekje Politiestatuut 2019 hebt u duidelijke en volledige basisinformatie over het personeelsstatuut bij de politie. Daarnaast krijgt u een actueel antwoord op alle onduidelijkheden en vragen over dit statuut in volle evolutie. Deze editie is helemaal bijgewerkt tot en met 1 september 2018. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Interventiezakboekje 2019 (NIEUW)



Het ‘Interventiezakboekje 2019’ bestaat uit 69 alfabetisch geordende fiches. Zij geven uitleg over de wettelijke en bestuurlijke aspecten van verschillende soorten interventies. Het hele boekje is geüpdatet en in vergelijking met editie 2018 is er een fiche toegevoegd over 'Bijzondere Opsporingsmethoden met betrekking tot ICT en afluisteren'. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Meer en betere financiële hulp voor terreurslachtoffers

Nieuws - 08/02/2019
-
Auteur 
Laure Lemmens


België gaat terreurslachtoffers sneller én adequater vergoeden. Er komt een specifieke vergoeding voor advocatenkosten, een ruimer voorschot om beter de eerste kosten te kunnen dekken en een hogere vergoeding voor reis- en verblijfskosten na een aanslag in het buitenland. Maar de wetgever past ook de werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden zodat aanvragen sneller verwerkt worden. Extra aandacht gaat naar buitenlandse slachtoffers die ook zullen kunnen genieten van de voordelen binnen het Statuut van Nationale Solidariteit. Met tot slot een nieuwe, uitzonderlijke tegemoetkoming voor slachtoffers van zogenaamde ‘cold cases’.
Specifieke vergoeding voor advocatenkosten
Terreurslachtoffers kunnen voortaan aanspraak maken op een specifieke vergoeding voor advocatenkosten tot 12.000 euro (bedrag zal via KB kunnen worden aangepast). Dit is het maximumbedrag dat nu via de rechtsplegingsvergoeding wordt voorzien voor niet in geld waardeerbare vorderingen of voor vorderingen tussen 100.000 en 250.000 euro. Het subsidiariteitsbeginsel blijft van toepassing, dit wil zeggen dat deze nieuwe bepaling niet geldt voor personen die kunnen beroep doen op een rechtsbijstandsverzekering.
De advocatuur engageert zich bovendien om een speciale permanentielijst op te maken voor advocaten gespecialiseerd in verzekeringen. Deze lijst zal ook gecommuniceerd worden, wat zeer belangrijk is, niet alleen voor de slachtoffers zelf, maar ook voor de Gemeenschappen die via de justitiehuizen in eerstelijnsbijstand voorzien. Dezelfde regeling wordt voorzien voor occasionele redders.
Voorschot opgetrokken
De Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden zal hogere voorschotten kunnen toekennen, tot maximaal 125.000 euro. Het huidige maximum van 30.000 euro blijkt onvoldoende om de eerste kosten te dekken.
Reis- en verblijfskosten
De vergoeding voor reis-en verblijfskosten na een aanslag in het buitenland wordt verhoogd tot 6.000 euro (nu maximaal 1.250 euro). Ook de onrechtstreekse slachtoffers zullen deze reis- en verblijfskosten in rekening kunnen brengen.
Dossiers sneller behandelen
Slachtoffers zullen dus op meer financiële steun kunnen rekenen, maar het is voor hen ook belangrijk om snel uitsluitsel te krijgen over hun aanvragen. Daarom wordt ook de werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden bijgestuurd. Er komt bijvoorbeeld een afzonderlijke afdeling voor terreurdaden om de dossiers sneller te kunnen verwerken. Maar daarnaast wordt ook het indienen van aanvragen eenvoudiger. Er bijvoorbeeld zal nog maar één aanvraagformulier worden gebruikt voor aanvragen financiële hulp, aanvragen statuut nationale solidariteit en aanvragen herstelpensioen.
Buitenlandse slachtoffers
Aandacht is er ook voor buitenlandse slachtoffers, diegene zonder formele band met België. Ook zij zullen van de voordelen van het Statuut van Nationale Solidariteit kunnen genieten. Om een zo gelijkwaardig mogelijke behandeling van slachtoffers ‘niet-residenten’ te garanderen, worden de bepalingen van de wet van 18 juli 2017 op hen van toepassing. De praktische uitwerking van de bepalingen, volgt in een later KB. Er zal een oplossing worden gezocht voor heel wat situaties: het statuut vergt immers een medisch onderzoek. Maar men kan niet verwachten van buitenlandse slachtoffers om zich naar België te verplaatsen. Er zal dus worden voorzien dat ze beroep kunnen doen op geneesheren in hun eigen land.
Cold Cases
Tot slot komt de wetgever met een oplossing voor slachtoffers van zogenaamde ‘cold cases’ waarbij gerechtelijke onderzoeken jaren kunnen aanslepen zonder dat een dader wordt gevonden. Bijvoorbeeld de Bende van Nijvel. Hoewel ook deze slachtoffers al na één jaar financiële hulp kunnen krijgen (maximaal 125.000 euro) voor medische kosten, procedurekosten, morele schade of invaliditeit, blijkt dat de jarenlange onzekerheid over de identiteit en motieven van de dader een ‘uitzonderlijke schade’ veroorzaken. Slachtoffers voelen zich vaak verplicht om jaren na de feiten stappen te blijven ondernemen in het kader van het onderzoek, advocaten te blijven inzetten, enz. Heel wat bijkomende kosten dus. Zaken waar de wetgever in wil tussenkomen. Er wordt dan ook een uitzonderlijke tegemoetkoming in het leven geroepen: de Commissie zal deze uitzonderlijke hulp kunnen toekennen per opzettelijke gewelddaad en per verzoeker voor schade boven de 500 euro en met een maximum van 125.000 euro. Al zullen er voorwaarden gelden. Zo zal de hulp bijvoorbeeld alleen kunnen worden toegekend als er al meer dan 10 jaar verstreken zijn sinds de feiten.
In werking
De meeste wijzigingen treden in werking op 8 februari 2019, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Maar let op: heel wat nieuwigheden moeten nog verder geconcretiseerd worden in een uitvoeringsbesluit.

Bronnen: 
-Wet van 15 januari 2019 tot wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen wat de hulp aan de slachtoffers van terrorisme betreft, BS 8 februari 2019.
-Wet van 15 januari 2019 tot wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen wat de occasionele redders en de slachtoffers van zogenaamde "cold cases" betreft, BS 8 februari 2019.
-Wet van 3 februari 2019 tot wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen wat de bevoegdheden van de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders betreft inzake de slachtoffers van terrorisme, BS 8 februari 2019.
-Wet van 3 februari 2019 tot wijziging van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen wat de bevoegdheden van de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders betreft inzake de hulp aan de slachtoffers van zogenaamde "cold cases" en tot nadere bepaling van haar onderzoeksbevoegdheid, van 8 februari 2019.