Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u volledige toegang tot wetgeving, rechtspraak, praktische commentaarteksten en nieuwsberichten op maat van politiediensten?



Wetboek wegverkeer en wegvervoer 2018



Het 'Wetboek wegverkeer en wegvervoer' is de nieuwe naam van het 'Basiswetboek wegverkeer voor de politie'. Het bevat alle belangrijke verkeersgerelateerde wetteksten die van toepassing zijn in Vlaanderen. Daardoor is het boek een onmisbaar werkinstrument voor de politie en is het ook een handig hulpmiddel voor iedereen die geregeld met de verkeerswetgeving in aanraking komt. U kunt het boek meteen bestellen via de webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje Handhaving Ruimtelijke Ordening 2018



Het Zakboekje Handhaving Ruimtelijke Ordening 2018 is volledig afgestemd op de nieuwe regels van het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning en het Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening, die op 1 maart 2018 in werking zijn getreden. Met het nieuwe decreet wordt de handhaving helemaal omgegooid. Daarom werd ook het zakboekje volledig herwerkt en kreeg het een nieuwe structuur. Het is nu meer dan ooit een juridische en praktische handleiding bij de handhavingsinstrumenten. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje strafrecht 2018



De nieuwe editie van Zakboekje strafrecht werd aangepast aan alle wetswijzigingen die tot en met 15 maart 2018 gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad. Er zijn onder andere wijzigingen i.v.m. mensenhandel, woonstschennis, voorbereiding van een terroristisch misdrijf, onderschepping van niet voor het publiek toegankelijke communicatie, gedwongen huwelijk, het binnendringen in havengebieden en interne hacking. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

België implementeert Europese Privacyrichtlijn voor verwerking persoonsgegevens door politie en justitie

Nieuws - 12/09/2018
-
Auteur 
Laure Lemmens


Dat er sinds 25 mei 2018 nieuwe privacyregels gelden door de inwerkingtreding van de GDPR-verordening (‘General Data Protection Regulation’) van 27 april 2016, is intussen welbekend. De Europese Commissie heeft op diezelfde dag in 2016 nog een ander, omvangrijk kader met privacyregels aangenomen: de zogenaamde Privacyrichtlijn Politie-Justitie (2016/680). Met specifieke bepalingen voor de gegevensbescherming bij justitiële samenwerking in strafzaken en politionele samenwerking. Ons land zet de richtlijn nu om met een Kaderwet Verwerking Persoonsgegevens.
De richtlijn is in heel wat opzichten een weerspiegeling van de GDPR. Ze is op dezelfde manier opgesteld en bevat gelijkaardige rechten en verplichtingen, maar daarnaast omvat ze ook specifieke regels die zijn afgestemd op de noden van de politie- en gerechtelijke diensten in Europa. Zij behandelen en verwerken bij de uitoefening van hun taken immers gevoelige informatie en persoonsgegevens. Speciale aandacht is vereist om het recht op privacy te garanderen en tegelijkertijd ook de openbare veiligheid te bewaken.
In tegenstelling tot de GDPR, een verordening die rechtstreeks van toepassing is in de lidstaten, gaat het hier om een richtlijn. De bepalingen zijn dus niet rechtstreeks van toepassing, de lidstaten moeten ze implementeren in nationale wet- en regelgeving. Ook België.
Onze wetgever heeft beslist om de omzettingsbepalingen te integreren in de Kaderwet Verwerking Persoonsgegevens van 30 juli 2018. Deze wet gaat naast de omzetting van de Privacyrichtlijn Politie-Justitie ook dieper in op de verdere tenuitvoerlegging van de GDPR-regels (de GDPR-verordening laat immers ruimte voor een beperkte nationale invulling; de zogenaamde open clausule). Tot slot creëert de wetgever een afwijkend kader voor overheden en verwerkingen die buiten het toepassingsgebied van de EU vallen, bijvoorbeeld de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar daarover meer in andere berichtgeving.
Privacyregels politie-justitie
Richtlijn 2016/680 - en nu dus ook de Belgische Kaderwet Verwerking Persoonsgegevens van 30 juli 2018 - bevat regels voor de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Ook de uitwisseling van dergelijke gegevens tussen bevoegde overheden uit andere landen wordt in de tekst behandeld.
Toepassingsgebied
De regels zijn alleen van toepassing op de diensten die uitsluitend, dan wel voornamelijk bevoegd zijn voor het onderzoek en de opsporing van strafmisdrijven:
de politiediensten;
de gerechtelijke overheden (de gemeenrechtelijke hoven en rechtbanken en het Openbaar Ministerie. Opgelet: het gaat om àlle instellingen die tot taak hebben de wet te handhaven door geschillen te beslechten. Zodus magistraten, rechtbanken en organen die bijdragen aan het recht spreken binnen de rechtelijke macht zoals griffiers en de colleges van hogen en rechtbanken);
de diensten Enquêtes van het Vast Comité P en van het Vast Comité I;
de algemene inspectiediensten van de federale politie (AIG);
de Passagiers-Informatie-Eenheid (PIE) in het kader van de PNR-wetgeving;
de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI); en
de Algemene Administratie Douane en Accijnzen. De Kaderwet is de basis voor àlle taken die door de AADA moeten worden uitgevoerd, niet alleen voor de taken inzake douane en accijnzen (fiscaal en penaal) die aan een aangifteplicht verbonden zijn, maar ook voor alle taken waarvoor in diverse wetgeving vaststellings- en onderzoekstaken worden opgelegd aan de AADA, voornamelijk bij handel van, naar en door de Europese Unie. Voorbeeld zijn de taken van de AADA op het gebied van drugsprecursoren; economische vergunningen bij wapenhandel, diamant,… ; voedselveiligheid, namaak, afval, CITES, enz.
Let op: de regels gelden alleen wanneer deze diensten persoonsgegevens verwerking in kader van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Verwerken ze voor andere doeleinden persoonsgegevens, bijvoorbeeld personeelsgegevens, dan is de GDPR wel van toepassing. De Gegevensbank Kansspelen is ook onderworpen aan de GDPR-verordening.
Definities en basisbeginselen van verwerking
Hoewel het Belgische recht al erg strikt is op het gebied van privacy en reeds voor een groot deel voldoet aan de vereisten uit de Richtlijn (denk aan sectorale wetten, decreten en ordonnanties), heeft de wetgever gekozen voor een gedetailleerde omzetting van de bepalingen. De verschillende definities uit de richtlijn worden overgenomen, denk aan de omschrijving van ‘persoonsgegevens’, ‘verwerkingsverantwoordelijke’ en ‘toezichthoudende overheid’.
Ook de basisbeginselen van verwerking krijgen een plek in de wet. De betrokken diensten moeten ervoor zorgen dat de persoonsgegevens
rechtmatig en eerlijk worden verwerkt;
voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en legitieme doeleinden worden verzameld en niet op een met die doeleinden onverenigbare manier worden verwerkt;
toereikend zijn, terzake dienend en niet bovenmatig in verhouding tot de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt;
juist zijn en zo nodig worden geactualiseerd; alle redelijke maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te ratificeren;
worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt;
met gebruikmaking van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat de beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat ze onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.
Verdere verwerking
De tekst verduidelijkt de principes die gelden bij ‘verdere verwerking’. Dit is een verwerking door dezelfde of een andere verwerkingsverantwoordelijke voor een doeleinde die verschilt van de doeleinden waarvoor de gegevens werden verzameld of voor een doel dat niet valt binnen het kader van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Algemeen geldt daarbij dat verdere verwerking voor andere doeleinden binnen de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen dan de doeleinden waarvoor de gegevens werden verzameld, toegelaten is voor zover:
de verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst gemachtigd is deze persoonsgegevens voor een dergelijk doeleinde te verwerken; en
de verwerking noodzakelijk is en in verhouding staat overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst.
Verdere verwerking buiten het kader van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen mag alleen als deze verdere verwerking is toegestaan overeenkomstig de wet, het decreet, de ordonnantie, de Europese regelgeving of de internationale overeenkomst.
For police use only
De bevoegde overheden die de verzamelde gegevens doorzenden aan de ontvangers in de andere lidstaten van de Europese Unie, mogen geen bijkomende specifieke voorwaarden doen gelden dan degene die gelden voor de nationale gegevensdoorgifte.
Let op het gaat hier alleen over voorwaarden die betrekking hebben op de bescherming van persoonsgegevens aangezien men ervan uitgaat dat in heel de EU dezelfde hoge beschermingsstandaarden worden nageleefd. Andere voorwaarden mogen wel nog worden opgelegd. Zo heeft het verbod om tussen de politiediensten uitgewisselde persoonsgegevens niet als bewijs in strafzaken te gebruiken (‘for police use only’) zonder toestemming daartoe van het openbaar ministerie niet als doel om persoonsgegevens te beschermen vanuit een privacy-oogpunt. Deze voorwaarde wordt opgelegd om redenen van politiële en gerechtelijke samenwerking en de betrouwbaarheid van het bewijs. Zo’n voorwaarde kan dus nog steeds worden opgelegd bij de uitwisseling van persoonsgegevens tussen politiediensten binnen de EU.
Verwerking persoonsgegevens
Bij de verwerking van de persoonsgegevens wordt, waar passend en voor zover mogelijk, een onderscheid gemaakt tussen de categorieën betrokkenen zoals verdachten, personen die zijn veroordeeld voor een strafbaar feit, slachtoffers, getuigen, mensen die nuttige informatie of contacten hebben en de handlangers van verdachten en veroordeelde criminelen.
Persoonsgegevens die op feiten gebaseerd zijn, moeten zoveel mogen worden onderscheiden van persoonsgegevens die op een persoonlijk oordeel gebaseerd zijn.
De verwerking is rechtmatig indien
ze noodzakelijk is voor de uitvoering van een opdracht door één van de betrokken bevoegde overheden en de wettelijk omkaderde doelen m.b.t. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen; en
ze gebaseerd is op een wettelijke of reglementaire verplichting.
Rechten betrokkene
De verwerkingsverantwoordelijke moet passende maatregelen nemen om de betrokkene in te lichten, onder meer over de doelen van de verwerking, het bestaan van het recht om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, het bestaan van het recht om toegang te vragen tot de persoonsgegevens, het bestaan van het recht om onjuiste persoonsgegevens recht te zetten en te vervolledigen de termijn gedurende welke de persoonsgegevens worden bewaard. Deze items worden nader besproken in de Kaderwet.
Register verwerkingsactiviteiten
Iedere verwerkingsverantwoordelijke moet een register bijhouden van de categorieën verwerkingsactiviteiten die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht. Met daarin onder meer de naam en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijk of de verwerker (of zijn gedelegeerde of vertegenwoordiger), de verwarmingsdoeleinden, de categorieën betrokkenen, de categorieën persoonsgegevens en de categorieën ontvangers.
Beveiliging
De verweringsverantwoordelijke en de verwerker nemen passende technische en organisatorische maatregelen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens (stand van techniek, uitvoeringskosten, aard en context van de doeleinden, ernst van de risico’s voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, enz.).
Inbreuken op de beveiliging worden asap gemeld. Behalve wanneer het duidelijk dat de inbreuk geen risico meebrengt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.
Functionaris voor gegevensbescherming
De verwerkingsverantwoordelijke wijst één of meerdere functionarissen voor gegevensbescherming aan. De nadere regels hiervoor worden later bij KB vastgelegd.
Controleorgaan politionele informatie
Het Controleorgaan op de politionele Informatie wordt aangewezen als onafhankelijk toezichtsorgaan (‘Data Protection Authority’). Het zal dus de toepassing van de Richtlijn en de Kaderwet controleren.
Het Controleorgaan bestaat al, maar de Kaderwet voorziet in Titel VII in een volledig nieuw juridisch kader. De structuur, samenstelling en werking ervan worden bijgestuurd om te voldoen aan nieuwe privacyvereisten. Een must ook om niet in een juridisch vacuüm terecht te komen. Conform de huidige wetgeving wordt immers bij de Privacycommissie een Controleorgaan op de Politionele informatie opgericht. De Privacycommissie is echter, naar aanleiding van de nieuwe privacyregels, vervangen door de nieuwe Gegevensbeschermingsautoriteit waardoor een nieuwe oprichtingsgrond zich opdrong.
De Richtlijn laat het de lidstaten vrij om de toezichthoudende overheid nog andere parallelle rollen te geven die daarmee verenigbaar zijn. De wetgever kiest er daarom voor om het Controleorgaan ook aan te duiden als toezichthouder op het gebruik van camera’s voor bestuurlijke politionele doeleinden.
Tot slot worden de huidige opdrachten, taken en bevoegdheden m.b.t. politionele informatiehuishouding voortgezet en bestendigd. De huidige leden blijven gewoon in dienst.
In werking
Titel II en VII van de Kaderwet Verwerking Persoonsgegevens van 30 juli 2018 zijn van kracht sinds 5 september, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:  Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, BS 5 september 2018. (Titel II en VII)

Extra informatie: Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad, Pb.L 4 mei 2016, afl. L119/89. (Privacyrichtlijn politie-justitie)