Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u volledige toegang tot wetgeving, rechtspraak, praktische commentaarteksten en nieuwsberichten op maat van politiediensten?



Verkeersspecialist (nu -15% voor nieuwe abonnees)



Verkeersspecialist is hét maandelijkse vakblad voor mobiliteitsprofessionals in Vlaanderen en Brussel. Neem nu een abonnement via de webshop en krijg 15% korting.

Verkeersvademecum 2019 (NIEUW)



Het Verkeersvademecum is een zakboekje op maat van elke politiebeambte die verkeersovertredingen verbaliseert. In editie 2019 zijn alle wetswijzigingen verwerkt tot en met 1 december 2018. Er zijn o.a. wijzigingen inzake vervoer van goederen (massa), lading en ladingzekering, inning en consignatie (ladingzekering, technische eisen), rijbewijs (opleiding), OI graden, alcohol en drugs in het verkeer, kentekenplaten, schoolstraat. U kunt het boek meteen bestellen via de webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje politiestatuut 2019 (NIEUW)



Met het Zakboekje Politiestatuut 2019 hebt u duidelijke en volledige basisinformatie over het personeelsstatuut bij de politie. Daarnaast krijgt u een actueel antwoord op alle onduidelijkheden en vragen over dit statuut in volle evolutie. Deze editie is helemaal bijgewerkt tot en met 1 september 2018. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Interventiezakboekje 2019 (NIEUW)



Het ‘Interventiezakboekje 2019’ bestaat uit 69 alfabetisch geordende fiches. Zij geven uitleg over de wettelijke en bestuurlijke aspecten van verschillende soorten interventies. Het hele boekje is geüpdatet en in vergelijking met editie 2018 is er een fiche toegevoegd over 'Bijzondere Opsporingsmethoden met betrekking tot ICT en afluisteren'. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Wet met regeling voor spijtoptanten is van kracht

Nieuws - 22/08/2018
-
Auteur 
Laure Lemmens


De wet die het Wetboek van Strafvordering uitbreidt met een algemene regeling voor spijtoptanten is op 7 augustus in het Belgisch Staatsblad verschenen. Een duidelijk kader voor ‘toezeggingen’ (bv. toekenning van eventuele strafvermindering) aan personen die substantiële, onthullende, oprechte en volledige verklaringen afleggen met betrekking tot de betrokkenheid van derden en eventueel de eigen betrokkenheid over zeer ernstige misdrijven (terreur, valsmunterij, doodslag, criminele organisaties).
Niet bij wet geregeld
Het Belgisch Strafrecht voorzag totnogtoe geen algemeen kader voor de inzet van spijtoptanten. Voor bepaalde misdrijven (o.a. in het kader van de Drugswet) was wel al voorzien in een systeem van strafuitsluitende of strafverminderende verschoningsgronden ten aanzien van daders, mededaders of medeplichtigen die het bestaan van bepaalde misdaden of wanbedrijven aangeven of de identiteit van betrokkenen meedelen.
In het verleden werd echter meermaals geduid op het belang van een eenduidig juridisch kader. Via spijtoptanten kunnen immers zware criminelen of terroristen die anders niet te pakken zijn, toch worden geïdentificeerd en veroordeeld. Of kunnen ernstige misdaden worden vermeden.
Uiteraard moeten de spijtoptanten doordacht worden ingezet. De wet voert dan ook strenge voorwaarden in. De wetgever baseert zich daarvoor op de regels die al in andere Europese landen bestaan zoals Italië, Nederland en Duitsland.
Openbaar Ministerie
De wetgever legt de bevoegdheid om te beslissen over het eventueel toepassen van de spijtoptantenregeling en het kwalificeren van een persoon als spijtoptant bij het Openbaar Ministerie. De toepassing van de spijtoptantenregeling is dus in geen geval een automatisme.
De rechter (onderzoeksgerecht dan wel vonnisgerecht) zal iedere toepassing van de regeling die een invloed heeft op de strafvordering wel moeten goedkeuren.
Alleen bij zware misdrijven
Het nieuwe artikel 216/1 van het Wetboek van Strafvordering stelt meer concreet het volgende: ‘de procureur des Konings kan aan een persoon die substantiële, onthullende, oprechte en volledige verklaringen aflegt inzake de betrokkenheid van derden en desgevallend de eigen betrokkenheid, over gepleegde of gepoogde misdrijven bedoeld in artikel 90ter §§ 2 tot 4 en die zijn opgenomen in een memorandum, een toezegging verlenen in het kader van de uitoefening van de strafvordering, in het kader van de strafuitvoering of in het kader van de hechtenis mits het onderzoek dit vereist en de overige middelen van het onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen’.
De spijtoptantenregeling zal dus alleen kunnen worden toegepast in het kader van het onderzoek naar en de vervolging van de meest maatschappij-ontwrichtende vormen van criminaliteit zoals terroristische misdrijven, misdrijven in het kader van criminele organisaties, valsmunterij, enz.
Bovendien wordt geëist dat de spijtoptant substantiële, onthullende, oprechte en volledige verklaringen aflegt over de misdrijven, de eigen betrokkenheid en de betrokkenheid van derden daarbij. Het moet dus gaan om belangrijke en betrouwbare informatie, die nieuw is en nog niet bij de vervolgend instanties is gekend.
De spijtoptant kan een inverdenkinggestelde, beklaagde, beschuldigde of veroordeelde zijn.
Memorandum
De procureur des Konings en de spijtoptant ondertekenen een schriftelijk memorandum. Dat kan pas worden afgesloten na advies van de getuigenbeschermingscommissie, na akkoord van de procureurs-generaal van de rechtsgebieden waar de spijtoptant wordt vervolgd of werd veroordeeld en van de rechtsgebieden waar de misdrijven waarover de spijtoptant verklaringen zal afleggen én na advies van de federale procureur.
In het memorandum worden de voorwaarden en modaliteiten opgenomen die betrekking hebben op het afleggen van de verklaring door de spijtoptant.
In ruil voor
De spijtoptant kan een toezegging verkrijgen in het kader van de uitoefening van de strafvordering, in het kader van de strafuitvoering tegen hem en in het kader van zijn detentie. Deze toezeggingen dienen steeds proportioneel te zijn en worden opgenomen in het memorandum.
De toezegging in het kader van de strafvordering worden door de wet bepaald, afhankelijk van het door de spijtoptant gepleegde misdrijf. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een toezegging in de straf voor misdrijven met geweld of bedreiging en voor misdrijven zonder geweld of bedreiging. Er wordt voor misdrijven met geweld of bedreiging in een trapsgewijze strafvermindering voorzien. Voor misdrijven zonder geweld of bedreiging kan een verminderde straf, een alternatieve straf of een eenvoudige schuldigverklaring toegezegd worden. Voor terroristische misdrijven bestaat een afzonderlijke regeling.
In het kader van de strafuitvoering, kan het openbaar ministerie toezeggen om een gunstig advies of een gunstige beslissing te nemen, om een occasionele uitgaansvergunning of penitentiair verlof toe te staan of om een geldboete of verbeurdverklaring geheel of gedeeltelijk niet uit te voeren. Het openbaar ministerie kan tevens, mits voorafgaandelijk akkoord van de directeur-generaal van de gevangenissen, toezeggingen doen in het kader van de plaatsing en overplaatsing of de gevangenisfaciliteiten.
De wet stelt uitdrukkelijk dat ‘het OM
een onmiddellijk lagere straf toezeggen met toepassing van een strafvermindering overeenkomstig de artikelen 80 en 81 van het Strafwetboek, inzake de door de persoon bedoeld in artikel 216/1 gepleegde of gepoogde misdaden met geweld of bedreiging en de misdaden vervat in titel 1ter van boek 2 van het Strafwetboek;
een lagere straf toezeggen met toepassing van een strafvermindering overeenkomstig artikel 85 van het Strafwetboek, inzake de door de persoon bedoeld in artikel 216/1 gepleegde of gepoogde wanbedrijven met geweld of bedreiging en de wanbedrijven vervat in titel 1ter van boek 2 van het Strafwetboek;
een eenvoudige schuldigverklaring, dan wel een straf die lager kan zijn dan de wettelijk bepaalde minimumstraf, dan wel een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf toezeggen, inzake de door de persoon bedoeld in artikel 216/1 gepleegde misdaden zonder geweld of bedreiging en wanbedrijven zonder geweld of bedreiging, met uitsluiting van de misdaden en wanbedrijven vervat in titel 1ter van boek 2 van het Strafwetboek;
een verminderde geldboete, zelfs onder het wettelijk bepaalde minimum, of bijzondere verbeurdverklaring, zelfs bij een verplichte verbeurdverklaring, doch met uitzondering van de verbeurdverklaring van stoffen en voorwerpen die de openbare veiligheid of de veiligheid van personen in het gevaar brengen, toezeggen.
Er kunnen geen toezeggingen worden verricht over de straffen bedoeld in de artikelen 31 tot 34 van het Strafwetboek’.
Strafrechter
Deze toezegging wordt steeds bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht, waarbij een proportionaliteitstoets en wettigheidstoets wordt uitgevoerd. De strafrechter spreekt hierbij een vervangende straf uit, die van toepassing wordt indien de spijtoptant de voorwaarden niet naleeft.
De toezeggingen kunnen worden ingetrokken indien de spijtoptant de voorwaarden niet nakomt, valse verklaringen aflegt, het onderzoek probeert te belemmeren, voor nieuwe misdrijven veroordeeld wordt of de slachtoffers niet vergoed.
Bewijs
De verklaringen die door de spijtoptant worden afgelegd mogen alleen in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in belangrijke mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen.
Bescherming
Spijtoptanten kunnen gevaar lopen door het afleggen van een verklaring. Ze zullen dan ook gebruik kunnen maken van bepaalde beschermingsmaatregelen (bescherming, nieuwe identiteit, verhuizen, enz.). De wetgeving inzake getuigenbescherming wordt in die zin uitgebreid.
In werking
De wet van 22 juli 2018 is in werking getreden op 17 augustus (10 dagen na publicatie).

Bron:  Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering betreffende toezeggingen in het kader van de strafvordering, de strafuitvoering of de hechtenis wegens het afleggen van een verklaring in het kader van de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en het terrorisme, BS 7 augustus 2018.