Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
Mail: klant.BE@wolterskluwer.com
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u volledige toegang tot wetgeving, rechtspraak, praktische commentaarteksten en nieuwsberichten op maat van politiediensten?



Het Belgische politiewezen 2018



Dit lijvige wetboek bundelt alle wetgeving over de organisatie en de bevoegdheden van de politie, aangevuld met omzendbrieven en andere belangrijke beleidsstukken. Editie 2018 is helemaal bijgewerkt tot en met 31 december 2017. U kunt het boek meteen bestellen via de webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje Handhaving Ruimtelijke Ordening 2018



Het Zakboekje Handhaving Ruimtelijke Ordening 2018 is volledig afgestemd op de nieuwe regels van het Decreet Handhaving Omgevingsvergunning en het Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening, die op 1 maart 2018 in werking zijn getreden. Met het nieuwe decreet wordt de handhaving helemaal omgegooid. Daarom werd ook het zakboekje volledig herwerkt en kreeg het een nieuwe structuur. Het is nu meer dan ooit een juridische en praktische handleiding bij de handhavingsinstrumenten. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Interventiezakboekje 2018



Het Interventiezakboekje bevat 68 alfabetisch geordende fiches. Zij geven uitleg over de wettelijke en bestuurlijke aspecten van verschillende soorten interventies. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Zakboekje strafrecht 2018



De nieuwe editie van Zakboekje strafrecht werd aangepast aan alle wetswijzigingen die tot en met 15 maart 2018 gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad. Er zijn onder andere wijzigingen i.v.m. mensenhandel, woonstschennis, voorbereiding van een terroristisch misdrijf, onderschepping van niet voor het publiek toegankelijke communicatie, gedwongen huwelijk, het binnendringen in havengebieden en interne hacking. U kunt het boek meteen bestellen via onze webshop.

Een overzicht van alle politie-uitgaven van Wolters Kluwer vindt u hier.

Wetgever sleutelt aan nationaliteitsrecht

Nieuws - 12/07/2018
-
Auteur 
Ilse Vogelaere


Enkele onduidelijkheden en knelpunten in het Belgisch nationaliteitsrecht worden weggewerkt. Onze wetgeving wordt ook afgestemd op de Europese regels. Belgen in het buitenland bijvoorbeeld die niet tijdig een verklaring tot behoud van de Belgische nationaliteit hebben afgelegd, verliezen niet meer automatisch hun Belgische nationaliteit. De wijzigingen worden op 12 juli 2018 van kracht.
Geen geboorteakte
Mensen die geen geboorteakte kunnen voorleggen in een procedure voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit, kunnen die geboorteakte vervangen door een andere akte. De regeling hieromtrent wordt ietwat verstrengd.
Voor mensen uit een land dat voorkomt op de lijst met landen waarvan aanvaard is dat het daar moeilijk of onmogelijk is om een geboorteakte te verkrijgen, verandert er weinig. Ze kunnen een consulair attest voorleggen. Als ook dat niet mogelijk is, is een attest van bekendheid nodig, afgegeven door de vrederechter van de hoofdverblijfplaats. Voor mensen uit landen die niet op die lijst staan en toch geen geboorteakte kunnen voorleggen, is voortaan altijd een akte van bekendheid nodig. Tot nu werd algemeen aanvaard dat een consulair attest voldoende was. Niet dus. Wat meteen ook betekent dat alleen nog mensen uit landen op de lijst een consulair attest kunnen gebruiken.
Declaratieve werking verblijf
Om de Belgische nationaliteit te verkrijgen of herkrijgen moet de vreemdeling in principe zijn hoofdverblijfplaats in ons land hebben op grond van een wettelijk verblijf, zowel op het ogenblik van het indienen van het verzoek of de verklaring als gedurende de periode die hieraan onmiddellijk voorafgaat. De wetgever heeft duidelijk vastgelegd wat onder wettelijk verblijf wordt bedoeld. Voor de voorafgaande periode betekent dit dat men toegelaten of gemachtigd is om meer dan drie maanden in ons land te verblijven of om er zich te vestigen overeenkomstig de vreemdelingenwet of regularisatiewet.
Voortaan wordt – voor het wettelijk verblijf in de voorafgaande periode – ook expliciet verwezen naar de declaratieve werking van het verblijf van EU-burgers en hun familieleden en naar de declaratieve werking van het verblijf van vluchtelingen.
Voor de EU-burgers en hun familieleden wordt de periode tussen de datum van de indiening van hun aanvraag tot erkenning van hun verblijfsrecht en de datum waarop hun dat recht op verblijf is toegekend, gelijkgesteld aan een gemachtigd verblijf. Dat komt omdat Europese burgers genieten van een verblijfsrecht in België op basis van het gemeenschapsrecht. De erkenning van dat recht heeft een puur declaratief karakter. Zij worden geacht dat recht op verblijf op retroactieve wijze te genieten vanaf het moment van de indiening van hun aanvraag en niet vanaf het moment waarop de beslissing houdende erkenning van dat rechts is genomen of het moment waarop de verblijfstitel die dat recht verwerkelijkt werd afgegeven.
Eenzelfde regeling is er voor erkende vluchtelingen. De periode tussen de datum van de indiening van hun aanvraag tot internatinale bescherming en de datum van de erkenning van hun vluchtelingenstatuut, wordt gelijkgesteld aan een gemachtigd verblijf.
Bewijs van maatschappelijke integratie bij nationaliteitsverklaring
De vreemdeling die niet in België geboren is en een nationaliteitsverklaring aflegt, moet zijn maatschappelijke integratie bewijzen. Hij kan dat op verschillende manieren doen. Volgens de huidige regels onder meer door aan te tonen dat hij een inburgeringscursus heeft gevolgd waarin de bevoegde overheid van zijn hoofdverblijfplaats voorziet op het tijdstip dat hij zijn inburgeringscursus aanvat.
 
Deze regel zorgt echter voor moeilijkheden, omdat de drie onthaaltrajecten in ons land niet gelijkwaardig zijn en het begrip ‘inburgeringscursus’ nogal uiteenlopend wordt geïnterpreteerd door de gerechtelijke overheden. Wat kan leiden tot een verschillende behandeling van kandidaat-Belgen. Om hier komaf mee te maken, wordt die regel herschreven. De kandidaat-Belg kan zijn maatschappelijke integratie aantonen door het bewijs – uitgereikt door de daartoe bevoegde overheid – te leveren van het met succes volgen van het inburgeringtraject, het onthaaltraject of het integratieparcours waarin de gemeenschap waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft voorziet op het moment waarop hij er mee start.

Er is wel voorzien in een overgangsregeling voor mensen die – omdat ze geen echte nieuwkomer meer zijn – geen toegang hebben tot een onthaaltraject. Zij kunnen alsnog met een inburgeringscursus hun maatschappelijke integratie bewijzen en op die manier toch nog via een nationaliteitsverklaring de Belgische nationaliteit verwerven.
Nationaliteitsverklaring vanuit buitenland
In principe legt de vreemdeling de nationaliteitsverklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn hoofdverblijfplaats. Maar de procedure die personen die door de Belgische overheden onterecht als Belg beschouwd werden toelaat om de Belgische nationaliteit te verwerven, is voortaan mogelijk vanuit het buitenland. Hetzelfde geldt – binnen bepaalde perken – voor de procedure tot herkrijging van de Belgische nationaliteit ingesteld door meerderjarige vreemdelingen.
De verklaringen kunnen afgelegd worden voor het hoofd van een Belgische beroepsconsulaire post. Die oefent daar immers de bevoegdheden van de ambtenaar van de burgerlijke stand uit.
Als de procedure is ingediend vanuit het buitenland kunnen de aangetekende zendingen vervangen worden door elke vorm van schriftelijke communicatie met verzendingsbewijs. Bv. de kennisgeving door het hoofd van de Belgische beroepsconsulaire post van een onvolledige verklaring of de kennisgeving door de procureurs des Konings van zijn negatief advies. Dit omdat in sommige landen het gebruik van een aangetekende zending heel ingewikkeld of zelfs onmogelijk is.
Bij een in het buitenland ingeleide procedure zendt het hoofd van de Belgische beroepsconsulaire post een afschrift van het dossier voor advies naar de procureur des konings van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel of – als de gekozen voertaal Duits is – naar die van Eupen.
Terugkrijgen Belgische nationaliteit
De wetgever voert een procedure in waarmee men de ingetrokken onterecht verleende Belgische nationaliteit kan terugkrijgen. Ze is van toepassing op mensen aan wie de Belgische nationaliteit door een verkeerde toepassing van de nationaliteitswetgeving onterecht is verleend en die minstens gedurende tien jaar als Belg werden beschouwd door de Belgische administratieve overheden. Uiteraard is vereist dat de betrokkene zelf te goeder trouw was.
De nationaliteitsverklaring moet in principe afgelegd worden binnen het jaar van de definitieve betwisting van de Belgische nationaliteit.
Naturalisatie
Om een naturalisatie te kunnen aanvragen moet men tot nu minstens 18 jaar zijn. Voortaan kunnen ook mensen die vóór die leeftijd ontvoogd zijn, de naturalisatie vragen. Die regel wordt vooral ingevoerd om topsporters – die vaak op hun beste zijn tijdens hun minderjarigheid – de kans te geven om zich te naturaliseren tot Belg.
Eenzelfde versoepeling is er trouwens ook voor de staatloze vreemdeling die al minstens twee jaar wettelijk verblijft in België.
Verlies Belgisch nationaliteit
Belgen die in het buitenland geboren zijn en van hun 18 tot 28 ononderbroken in het buitenland een hoofdverblijfplaats hebben, verliezen van rechtswege hun Belgische nationaliteit als ze voor hun 28 geen verklaring van behoud van nationaliteit afleggen. Maar dat verlies geldt voortaan niet langer als de Belg tussen zijn 18 en 28 een Belgische paspoort of een Belgische identiteitskaart heeft aangevraagd en ook gekregen. Dat wijst er immers op dat hij wel degelijk de wil heeft om Belg te blijven. Een verklaring tot behoud van de nationaliteit is in dat geval niet nodig.
Wanneer iemand zijn Belgische nationaliteit verliest kan hij in principe zijn nationaliteit herkrijgen door een nationaliteitsverklaring af te leggen. Mits hij minstens 18 is, zijn hoofdverblijfplaats in België heeft op grond van een ononderbroken wettelijk verblijf van minstens 12 maanden en op het ogenblik van de nationaliteitsverklaring toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur. Bij mensen die niet aan die laatste twee voorwaarden voldoen en hun nationaliteit verloren zijn omdat ze onmogelijk een verklaring van behoud van nationaliteit konden afleggen, kan de procureur des Konings beslissen om toch geen negatief advies uit te brengen over de vraag om de Belgische nationaliteit te krijgen. Wel pas nadat hij de omstandigheden heeft beoordeeld waarin de betrokkene de nationaliteit is verloren en de redenen waarom hij die wil herkrijgen. De betrokkene kan dus de Belgische nationaliteit herkrijgen zonder dat hij zich op duurzame en permanente wijze in België moet komen vestigen.
Inwerkingtreding
Deze wijzigingen treden in werking op 12 juli 2018.

Bron:  Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, BS 2 juli 2018 (art. 137–156 DB burgerlijk recht)